Begrippenlijst verzekeringen: Alles over verzekeringen van A tot Z
A
Aansprakelijkheidsverzekering. Dekt vergoedingen die u moet betalen aan anderen voor schade waar u wettelijk aansprakelijk voor bent. De verzekeringen dekt alleen ongelukjes, geen schade die u expres hebt aangericht. Een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering - ook wel WA-verzekering genoemd - is verplicht voor wie een auto of motor koopt.
Acceptatieplicht. Verzekeraars hebben de plicht mensen als verzekerden te accepteren voor de basisverzekering ziektekosten. In andere gevallen mag een verzekeraar klanten afwijzen als hij bijvoorbeeld het risico te hoog vindt.
Afkoopwaarde. Het bedrag dat wordt uitgekeerd als een levensverzekering voortijdig wordt beëindigd. Meestal gaat het om de reeds gestorte premiebedragen, verminderd met gemaakte kosten.
Afsluitprovisie. De beloning die een tussenpersoon ontvangt voor het onderbrengen van een verzekering bij een verzekeringsmaatschappij. De provisie is meestal een percentage van het verzekerd kapitaal of van de premie.
All-risk verzekering. Een verzekering die dekking biedt voor verlies van of schade aan een verzekerd object als gevolg van bijna alle risico's. Ondanks de naam is niet elk risico gedekt.
Annuleringsverzekering. Deze verzekering vergoedt (geheel of gedeeltelijk) de reissom, annuleringskosten of verblijfskosten als u een vakantie moet afzeggen of onderbreken.
Assurantiebelasting. Bij de meeste verzekeringen betaalt u boven op het premiebedrag 9,7% belasting. De verzekeraar brengt de belasting bij u in rekening.
Autoverzekering. Er zijn drie gebruikelijke vormen. Verplicht is de WA-verzekering. Daarbovenop kunt u een casco-verzekering afsluiten, die andere schades dekt. Beperkt casco of mini-casco dekt schade door diefstal, brand, en dergelijke. Volledige casco of all-risk dekt ook nog schade door aanrijdingen, ook als die uw eigen schuld zijn.
B
Begunstigde. Degene die volgens de verzekeringspolis gerechtigd is de verzekeringsuitkering in ontvangst te nemen. Meestal is dt de verzekerde zelf, behalve bij een overlijdensverzekering.
Bonus/malus-systeem. Het van autoverzekeringen bekende systeem waarbij de premie(no-claim korting)daalt naarmate u langer schadevrij rijdt, en stijgt als u schade meldt.
C
Caravanverzekering Deze verzekering dekt schade aan of verlies van uw caravan en de vaste inventaris hiervan, zolang de schade niet door zelf is veroorzaakt.
Cascoverzekering. Een autoverzekering die de schade aan uw auto dekt. Schade aan accessoires of spullen in het voer- of vaartuig is niet gedekt. Bestaat in de vorm van een beperkte casco- of een volledige cascoverzekering.
Claim. Een verzoek aan de verzekeraar tot het vergoeden van een schade die door de verzekering wordt gedekt.
D
Dagwaarde. De waarde van een verzekerd object op het moment van schade. Vrijwel altijd minder dan de nieuwprijs van het object.
Dekking. Wat er is verzekerd en voor welk bedrag.
Diefstalverzekering. Een verzekering die de schade dekt die het gevolg is van diefstal van het verzekerde object.
E
Eigen risico. Het deel van de kosten dat u zelf moet betalen als er zich een omstandigheid voordoet waartegen u verzekerd bent. Vaak kunt u de hoogte van het eigen risico zelf kiezen. Een hoger eigen risico betekent een lagere verzekeringspremie.
G
Gemengde verzekering. Een verzekering waarbij in één polis het overlijdensrisico wordt afgedekt en vermogen wordt opgebouwd. Er wordt uitgekeerd als de verzekering afloopt of als de verzekerde komt te overlijden, afhankelijk van wat het eerst gebeurt. Een gemengde verzekering wordt vaak afgesloten in combinatie met een levenhypotheek of spaarhypotheek.
Glasverzekering. Een verzekering die de schade dekt van het stukgaan van spiegels, glazen, ruiten, etc.
Groene kaart. Internationaal bewijs van uw WA-verzekering.
I
Inboedelverzekering. Een verzekering tegen schade aan of diefstal van uw bezittingen die zich los in uw huis bevinden of zonder schade weggenomen kunnen worden: meubilair, kleding, vaatwasmachine, tapijt, los gelegd parket of laminaat, de telefooncentrale en een schotelantenne bijvoorbeeld. De polissen verschillen in wat voor schade ze dekken (brand, schroeien, diefstal na inbraak, overstroming.)
K
Kapitaalverzekering. Een kapitaalverzekering geeft aan het eind van de looptijd of bij overlijden van de verzekerde(n) recht op een eenmalige kapitaaluitkering. Het meest bekend is de 'kapitaalverzekering eigen woning'. Daarmee bouwt u een geldbedrag op waarmee een hypotheek aan het einde van de looptijd wordt afgelost.
L
Levensverzekering. Een verzekering die uitkeert bij het overlijden van de verzekerde persoon. Een levensverzekering wordt vaak afgesloten in combinatie met een hypotheek, zodat de nabestaanden niet met een grote (hypotheek)schuld achterblijven.
Lijfrentepolis. Een verzekering waarmee u door periodieke stortingen kapitaal bijeenspaart om later uw pensioen mee aan te kunnen vullen.
N
Naturaverzekering. Een verzekering die geen geld uitkeert, maar recht geeft op bepaalde diensten. Een zorgverzekering in natura geeft u recht op zorg, in plaats van een vergoeding voor de door u gemaakte zorgkosten. Ook veel uitvaartverzekeringen keren uit in natura: er wordt geen geld uitgekeerd, maar de verzekeraar regelt de begrafenis of crematie.
Nieuwwaarde. Het bedrag dat nodig is om hetzelfde soort artikel als het verzekerde object nieuw aan te schaffen.
Nominale premie. Een vast premiebedrag dat u periodiek aan de zorgverzekeraar betaalt. Bij dezelfde verzekeraar betaalt iedereen dezelfde nominale premie, onafhankelijk van bijvoorbeeld zijn of haar leeftijd of gezondheid. Iedereen vanaf 18 jaar moet een nominale premie betalen.
O
Onderverzekering. Er is sprake van onderverzekering als het bedrag waarvoor men verzekerd is lager ligt dan de werkelijke waarde van het verzekerde object. Er wordt in dat geval dus altijd minder schadevergoeding uitbetaald dan de werkelijk geleden schade.
Ongevallenverzekering. Een verzekering die uitkeert als de verzekerde door een ongeval wordt getroffen. Meestal is dat een uitkering bij overlijden en blijvende invaliditeit of een vergoeding van medische kosten die niet worden gedekt door de zorgverzekering.
Opstalverzekering. Een verzekering van uw huis en alle zaken die daar aan vast zitten tegen risico's als brand, storm, inbraak en andere schade. Een opstalverzekering is vaak verplicht bij het afsluiten van een hypotheek.
Overlijdensrisicoverzekering. Een vorm van levensverzekering met een vooraf bepaalde maximumduur. Komt in die periode de verzekerde persoon te overlijden, dan keert de verzekering een bedrag ineens uit aan de nabestaande(n). Bij sommige hypotheken is het afsluiten van een overlijdensverzekering verplicht.
P
Pakketpolis. Een polis waarin meerdere verschillende risico's zijn verzekerd. Dit is dus eigenlijk een combinatie van diverse polissen en wordt daarom ook wel een combinatiepolis genoemd.
Pleziervaartuigverzekering. Een verzekering die dekking biedt bij verlies van of schade aan pleziervaartuigen, inclusief inboedel, aansprakelijkheid en bijkomende kosten.
Polis. De polis is een schriftelijke bevestiging van de verzekeringsovereenkomst, ondertekend door de verzekeraar. De verzekeraar is wettelijk verplicht voor elke afgesloten verzekering een polis op te stellen en toe te sturen.
Polisblad. Het polisblad, dat onderdeel van de polis is, vermeldt de gegevens die voor de betreffende verzekering gelden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het polisnummer, naam en adres van de verzekerde, het verzekerd bedrag, het eigen risico, en de aanvangs- en einddatum van de verzekering.
Premie. Het bedrag dat de verzekerde aan de verzekeraar moet betalen om verzekerd te zijn. De premie wordt meestal periodiek (per maand, kwartaal of jaar) betaald.
R
Rechtsbijstandsverzekering. Een verzekering die voor juridische ondersteuning zorgt als de verzekerde in een conflict terechtkomt. De kosten van de procedure komen voor rekening van de verzekeraar.
Reisverzekering. Een verzekering die dekking biedt voor diverse zaken op reis of vakantie zoals verlies van of schade aan bagage, medische hulp en repatriëringskosten. Vele verzekeraars bieden ook een doorlopende reisverzekering, waarmee u met één verzekering het hele jaar door op alle reizen bent verzekerd.
S
Schadeverzekering. He soort verzekering die het risico op een eventuele schade afdekt. Dit kan schade zijn aan bezittingen, maar ook financiële schade die ontstaat als u bijvoorbeeld niet meer kunt werken. Hieronder vallen onder meer de woonhuis-, opstal en inboedelverzekering, de aansprakelijkheidsverzekering, de rechtsbijstandsverzekering en de autoverzekering.
Uitvaartverzekering. Dit type verzekering, ook wel begrafenisverzekering genoemd, dekt de kosten van de begrafenis of crematie van de verzekerde persoon. Vaak gaat het hier om een naturaverzekering: er wordt geen geld uitgekeerd, maar de verzekeraar regelt de begrafenis of crematie.
V
Verzekeraar. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt en uitkeert volgens de in de polis vermelde dekking. Een ander woord hiervoor is verzekeringsmaatschappij.
Verzekerd kapitaal. De hoogte van de verzekeringsuitkering of het (maximum)bedrag waarvoor iets verzekerd is.
Verzekerde. Degene die zich tegen bepaalde risico's, gespecificeerd in de verzekeringspolis, heeft laten verzekeren bij een verzekeraar.
Verzekeringsnemer. Degene op wiens naam de verzekering is afgesloten.
Verzekeringsverplichting. De verplichting zich voor een bepaalde zaak te laten verzekeren. In Nederland zijn twee verzekeringen verplicht: de basisverzekering tegen ziektekosten en een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering) voor wie een auto, motor, brommer of snorfiets heeft.
W
WA-verzekering. Zie aansprakelijkheidsverzekering. <link naar aansprakelijkheidsverzekering> WA staat voor Wettelijke Aansprakelijkheid. Verplicht voor wie een auto, motor, brommer of snorfiets heeft.
Woonverzekering. Deze term wordt meestal gebruikt voor een verzekering tegen schade aan uw huis en/of de inhoud daarvan. De opstalverzekering en inboedelverzekering zijn de bekendste soorten woonverzekeringen.
Z
Zorgverzekering. Een verzekering die de kosten dekt van een bezoek aan dokter, specialist of ziekenhuis. Dit type verzekering staat ook wel bekend als ziektekostenverzekering. Elke zorgverzekering biedt verplicht dekking tegen een zogenoemd basispakket aan zorgbehoeften. Dit is gelijk aan het vroegere ziekenfondspakket.
Pagina top








